Dubbelslag voor Portbase

De in aanbouw zijnde terminals op Maasvlakte 2 zetten niet alleen een nieuwe standaard met de fysieke overslag van containers, maar ook met de informatie-uitwisseling er omheen. Verwacht wordt dat de export via Rotterdam toeneemt als de verladers in het achterland overstappen op elektronische gegevensuitwisseling.

De twee operators, APM Terminals MV2 en Rotterdam World Gateway, hebben besloten om de informatiestromen rond de containeroverslag op Maasvlakte 2 volledig te laten lopen via Portbase, het ‘elektronische postkantoor’ van de Rotterdamse haven. Daarbij moet het mes aan twee kanten snijden: de terminals verwachten hun informatie-uitwisseling op een hoger plan te brengen en Portbase verwacht zijn dienstenpakket en klantenkring aanzienlijk uit te kunnen breiden.

Commercieel manager Jouke Schaap van APM Terminals MV2 erkent dat de keus voor Portbase voor de hand lag, omdat het nu eenmaal het centrale systeem voor de Rotterdamse havengemeenschap is voor de uitwisseling van documenten. ‘Maar’, zegt hij, ‘we hebben wel degelijk andere opties overwogen, zoals een deel van de systemen zelf ontwikkelen. Uiteindelijk denken we dat dit de meest efficiënte oplossing is voor de informatie-uitwisseling in de hele keten.’

Communicatiemanager Niels Dekker van Rotterdam World Gateway ziet de huidige dekking van Portbase, waarbij 2.300 klanten nu al goed zijn voor zestig miljoen berichten per jaar, als sterk punt: ‘Die massa creëert de mogelijkheid om efficiënte nieuwe diensten te ontwikkelen’. Dat verwacht ook Portbase-director marketing en sales Rianne Groffen. Zij gaat er vanuit dat het huidige aantal aangeboden diensten (41 in november 2013) de komende jaren verder uitgebreid kan worden.

Future proof

Eén van de belangrijkste eisen van beide terminals is een betrouwbare informatie-uitwisseling. ‘Het systeem moet gewoon altijd beschikbaar zijn, inclusief de koppeling met de douanesystemen’, vat Schaap dat bondig samen. ‘Wij leveren die betrouwbaarheid en investeren daar ook in, bijvoorbeeld met de overstap naar Atos als ‘hosting partner’, die meer capaciteit en betere verbindingen biedt. Daarmee zijn we future proof’, zegt Groffen. Volgens haar is de migratie in oktober vrijwel probleemloos verlopen.

Het besluit van APMT MV2 en RWG om met Portbase in zee te gaan, impliceert dat alle relaties van de twee zich ook bij het port community systeem moeten aansluiten. ‘Klopt’, zegt Niels Dekker’, ‘alle documentatie en informatie wordt straks via Portbase uitgewisseld en dat moet ook vooraf gebeuren. In principe kan een chauffeur de terminal alleen op als die zich vooraf heeft aangemeld en alle documentatie beschikbaar is.’

Volgens Schaap is er weinig of geen ruimte voor uitzonderingen, zoals de Litouwse vrachtwagen, die toch onaangekondigd met een container voor de poort staat. ‘De terminal is er niet op ingericht om dat soort situaties op te lossen. Uiteindelijk zal iedereen door de trechter moeten’, drukt hij het uit.

Schaalvergroting

Doelstelling van die werkwijze is een rimpelloos verloop van het aan- en afleveren van de containers, zowel over de weg, als per spoor, binnenvaart en over zee. ‘Sluit je aan, dan ben je op tijd de terminal op en af’, stellen beiden in koor. Betekent dat dan ook dat de beruchte wachttijden, zoals die zich met enige regelmaat bij de bestaande terminals voordoen, tot het verleden gaan behoren? ‘Dat is wel het uitgangspunt. Geen wachttijden meer aan de poort’. Ze beloven bovendien ‘een snelle afhandeling’ op de terminal, maar willen daarover geen streefcijfers loslaten.

Ook de schaalvergroting in de containervaart is een reden om de informatie-uitwisseling te automatiseren. Schaap: ‘Wij verwachten dat de gemiddelde call size – het aantal containers dat een schip in een bepaalde haven laadt/lost – verder toeneemt. We denken dat die op termijn richting de 10.000 kan gaan. Dan is het cruciaal dat de informatievoorziening op orde is.’

Campagne

De keus van de twee containergiganten is een belangrijke opsteker voor Portbase. Groffen schat dat zich daardoor zo’n 1.200 bedrijven extra zullen aansluiten, vooral expediteurs en exporteurs in het Duitse achterland. Van die groep maakt op dit moment ongeveer 40 procent gebruik van Portbase, dat binnenkort met een grote campagne begint om de dekking te vergroten. Belangrijk argument: ‘Ze hoeven bij export niets te betalen. Portbase wordt bekostigd door de rederijen, terminals en de havens van Rotterdam en Amsterdam’, aldus Groffen.
Met de uitbreiding van die groep groeien ook de mogelijkheden om containers te volgen, het welbekende tracking and tracing. ‘Dat kunnen we nu ook al, maar het houdt nu nog op als de container de haven verlaat. Als straks de expediteurs en exporteurs meedoen, kunnen we de containers volgen van oorsprong tot bestemming in het achterland’, zegt Groffen.

Dat is niet alleen handig voor de ladingbelanghebbenden, maar ook commercieel interessant. Groffen: ‘De tracking and tracing-gegevens van Portbase worden door de Douane geaccepteerd als bewijs dat lading de EU heeft verlaten. Geen enkele andere haven biedt dat. Ik verwacht dan ook dat de export via Rotterdam toeneemt als de verladers in het achterland overstappen op elektronische gegevensuitwisseling.’

Portbase wil landelijk
Portbase is in zijn huidige vorm in 2009 opgericht door Havenbedrijf Rotterdam en Haven Amsterdam, die ook de aandeelhouders zijn. De organisatie is voortgekomen uit het Rotterdamse Port infolink (opgericht in 2002) en het Amsterdamse PortNET (2000). Portbase wil uitgroeien tot het landelijke port community systeem en ambieert verder ‘een sleutelrol in havenlogistieke netwerken in binnen- en buitenland’. De organisatie is in gesprek met de initiatiefnemers van het Neutraal Logistiek Informatie Platform.

Auteur: Rob Mackor

Onderwerpen: , ,

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.