NPRC innoveert met track & trace in de binnenvaart

NPRC neemt in de Nederlandse binnenvaart een unieke positie in. Zij brengt een groot aantal schippers bij elkaar en koppelt hen aan verladers. Een gesprek met directeur Stefan Meeusen.

Het NPRC-kantoor staat in Rotterdam, op gehoors­afstand van de Kuip, aan het Boterdiep. Hoewel aan de Maas gelegen is nautische activiteit niet direct zichtbaar vanuit het kantoor van NPRC.

Vergis je niet. Er zijn tweehonderd schepen voor ons onderweg, we zijn een dienstverlener geworteld in de binnenvaart. Grote verladers melden zich bij ons, wij verzorgen het complete vervoer voor hen.

Eerlijk gezegd associeer ik binnenvaart sterk met ­familiebedrijven, met ondernemers die een eigen schip hebben.

Dat is precies het profiel van onze leden. Sterker nog, ik ben schipperszoon en mijn ouders voeren al voor de NPRC, ze waren lid van de coöperatie. Als jongetje had ik op het schippersinternaat een NPRC-vlag boven mijn bed hangen.

Dus de ‘C’ in de naam staat voor coöperatie.

Nee, voor Centrale. De Nederlandse Particuliere Rijnvaart Centrale. Onze leden zijn Nederlandse schippers, die, zoals je al zei, hun eigen schepen hebben. En ja, je bevindt je hier in Rotterdam in de centrale van de coöperatie, hier worden ladingen aan schepen gekoppeld. Wij spelen dagelijks een centrale rol in het zakelijke contact met verladers. De NPRC is, kortom, een commercieel samenwerkingsverband. Het begon met droge bulk, en dat doen we nog steeds, aangevuld met wat containers.

En van oudsher actief op de Rijnvaart.

We zijn opgericht door schippers die actief waren op de Rijnvaart, maar inmiddels is het aandeel Rijnvaart in onze omzet niet veel groter dan 30%. En dat is goed, want de Rijnvaart is erg volatiel. Niet alleen is de Rijn een rivier met sterk wisselende waterstanden, maar ook de internationale politiek heeft vaak directe gevolgen voor schippers. Denk aan kunstmest, een product dat we vaak vervoeren. De prijs van kunstmest hangt nauw samen met de gasprijs. Tijdens de crisis in de Oekraïne schoot de gasprijs omhoog, en dat zorgde voor een dip in het volume aan kunstmest.

Lading wordt hier in de centrale aangemeld…

…en bij het verdelen van die lading over de schepen hebben de leden van de coöperatie de eerste keus. 125 schepen varen exclusief voor ons. Mocht het ladingaanbod groter zijn dan we met de leden kunnen verwerken, dan krijgen niet-leden een kans. Ze vormen een flexibele schil rond onze vloot.

Is er altijd voldoende lading?

Eigenlijk wel, en dat zowel stroomop als stroomaf. De bezettingsgraad is zonder meer goed. Om de volumes vanuit het buitenland mogelijk te maken heeft de organisatie kantoren in Mannheim, Antwerpen, Duisburg en in de buurt van Parijs.

Even terug naar het begin. Je ouders waren al lid van de coöperatie, de centrale bestaat dus al een tijd.

We zijn opgericht in 1935, tijdens de economische crisis. Het is opvallend om te zien dat er tijdens de crisis van 2008 ook sprake was van een sterke groei, overigens beloond met een FD Gazellen Award. Verhuizing van Zwijndrecht naar Rotterdam was toen nodig. We waren met 25 medewerkers die hier werken uit ons kantoor gegroeid. Overigens hebben veel schippers niet alleen financiële overwegingen om lid te worden. Sommigen geloven in de kracht van samenwerken met collega’s. Anderen zien het als een soort traditie die je van vader op zoon doorgeeft.

Zo kwam jij hier ook terecht?

Nee, eigenlijk niet. Mijn broer is schipper geworden op de tankervaart, dus geen lid van onze coöperatie. Ik studeerde bedrijfskunde en werkte als organisatieadviseur. Het was eigenlijk een verrassing dat ik bij de NPRC terecht ben gekomen. Maar het is natuurlijk goed dat ik de wereld van binnenuit ken en de taal spreek.

Maar met een bedrijfskundige blik.

We kunnen voor verladers de complete logistieke planning overnemen en zorgen voor een transparante keten. Veel partijen in de logistiek realiseren zich niet dat de binnenvaart een heel betrouwbaar en voorspelbaar product levert. Ik zie het als een van mijn taken de zichtbaarheid van de binnenvaart te vergroten, de processen inzichtelijk te maken. Als ik een pakketje bestel bij een webwinkel, kan ik op de app van PostNL per uur zien hoe de levering verloopt. Dat niveau van transparantie kunnen wij ook leveren. Een verlader kan nu met track & trace in principe continu zien waar de lading is. De transittijd is heel nauwkeurig aan te geven bij de binnenvaart. Maar dan moeten alle partijen wel informatie delen en digitaal werken. En ander punt is maatschappelijk verantwoord ondernemen; dat wordt steeds belangrijker.

Heb je het dan over verduurzaming?

Zeker, dat speelt een grote rol. Grote verladers, zoals Heineken en Akzo, willen een duurzame keten. Maar ze willen ook dat schippers op een moderne manier met hun personeel omgaan, dat ze zich bewust zijn van ­ketenaansprakelijkheid en dat maatschappelijk ondernemen doorklinkt in het inkoopbeleid.

Staan familiebedrijven daarvoor open?

Het zijn rasondernemers. Ze staan vaak in een traditie, van generatie op generatie, maar ze hebben zich altijd aangepast aan veranderende omstandigheden.

Nog even over vergroening, dat is toch een thema. En zeker ook in de binnenvaart.

Het is al een duurzame modaliteit en dat willen we blijven. Vergroenen kan bij bestaande schepen, bijvoorbeeld door dieselelektrisch te gaan varen of te kiezen voor LNG. Bij nieuwe schepen kun je daarnaast nog inzetten op het bouwen van heel aquadynamische schepen.

Onderwerpen:

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.