Havens willen grotere hap uit Brusselse koek

De jaarlijkse conferentie van de Europese havenorganisatie ESPO vindt deze week plaats in Rotterdam. Veel aandacht zal uitgaan naar de investeringsbehoefte van de havens. ESPO deed daar onderzoek naar met het oog op een nieuwe subsidieronde van de Europese Unie.

De Europese havens zijn er bekaaid afgekomen de afgelopen jaren. Terwijl de Europese Unie miljarden beschikbaar stelt om de infrastructuur te verbeteren, komt maar een klein deel daarvan terecht in de havens van de lidstaten. In de periode 2014-2017 was dat maar 4% van het beschikbare budget. Tweederde van de subsidie-aanvragen door havenautoriteiten werd door Brussel afgewezen, zo staat te lezen in een studie die de European Sea Ports Organisation (ESPO) heeft gepubliceerd.

The infrastructure investment needs and financing challenge of European ports is de titel van het rapport die de lading dekt: het beschrijft hoeveel geld de havens nodig hebben om hun infrastructuur op peil te houden en hoe komen ze aan dat geld? De studie is in opdracht van ESPO uitgevoerd onder leiding van de Nederlandse haveneconoom Peter de Langen.

Lobby

De timing van het rapport is niet toevallig. In Brussel is de discussie over het budget van de Europese Commissie voor de periode 2021-2027 begonnen. Hoeveel binnen dat budget wordt gereserveerd voor infrastructuur en transport, ligt nog open. In de huidige periode (2014-2020) was er 24 miljard euro beschikbaar voor de Connecting Europe Facility (CEF), waarin ook het programma van het Trans-Europese Netwerk (TEN-T) is ondergebracht. Behalve naar transport (het grootste deel) gaat er ook geld naar energie en telecom.

De lobby is in volle gang. Begin dit jaar deed een coalitie van veertig organisaties in de Europese transportsector (waaronder ESPO) een beroep op de Commissie en de lidstaten om het budget voor de volgende periode te verhogen. Zij wezen er op dat de subsidiepot voor de huidige periode drie jaar voor het einde al leeg was en voeren campagne voor een hogere CEF II onder de noemer moreEUbudget4transport.

Gefundeerde claim

De Transport Coalition mag dan gezamenlijk optrekken voor meer geld, de afzonderlijke organisaties doen natuurlijk hun best om daarvan een zo groot mogelijk deel naar zich toe te trekken. Daarbij past een gefundeerde claim hoeveel je eigenlijk nodig hebt. ESPO komt uit op een concreet getal: 48 miljard euro voor de komende tien jaar (2018-2027).

Uitbreidingen in haveninfrastructuur zijn om een aantal redenen noodzakelijk. De belangrijkste zijn dat door de groei van de wereldhandel het volume toeneemt en dat het volume is steeds grotere schepen wordt vervoerd. Tegelijkertijd wordt de roep om een schonere, fossielvrije maritieme sector sterker. Havens worden steeds meer onderdeel van een digitale informatieketen. Allemaal zaken waarin havens moeten investeren. Doen ze dat niet, dan komen de doelstellingen van de Europese Unie om de interne markt te ondersteunen met adequate accommodatie van het vrije verkeer van personen en goederen in gevaar, aldus ESPO.

Europese toegevoegde waarde

De 48 miljard tot 2027, ofwel 4,8 miljard per jaar, lijkt te behappen voor de havens in de 27 lidstaten (het Verenigd Koninkrijk is in verband met Brexit buiten beschouwing gelaten). Ze kunnen – afhankelijk van hun individuele financiële slagkracht – een deel ook zelf financieren, concluderen de onderzoekers na een enquête onder havenbedrijven en – autoriteiten. Maar dat is gemiddeld minder dan de helft, en dus blijft er een bedrag van 2,6 miljard euro per jaar over dat van externe geldschieters moet komen. Dat kunnen banken zijn, maar subsidies blijven noodzakelijk, meent ESPO, met name omdat infrastructurele projecten vaak geen directe financiële opbrengsten genereren, maar voor de samenleving als geheel – de ‘BV Europa’ – wel veel toegevoegde waarde leveren.

Het is daarom van belang, aldus de studie, dat Europa een methode ontwikkelt die Europese toegevoegde waarde berekent, en die erkent naast nationale toegevoegde waarde. Europese toegevoegde waarde zou meer gewicht in de schaal moeten leggen, zo niet doorslaggevend moeten zijn in de toekenning van EU-middelen voor infrastructurele werken. ‘Het is cruciaal om havens als internationale infrastructuur te erkennen’, zegt secretaris-generaal Isabelle Ryckbost van ESPO daarover. ‘Minder dan 10% van de lading die in Europese havens wordt behandeld, is binnenlands vervoer. Havens zijn niet alleen Europa’s toegangspoorten voor handel met derde landen, maar scheppen ook waarde voor de maatschappij die de nationale grenzen overschrijdt.’

Simplistische vraag

Met deze hernieuwde criteria zouden havens beter moeten scoren bij de toekenning van Europese subsidies. Want daar is het de afgelopen jaren dus misgegaan. Van de 168 ingediende subsidie-aanvragen voor havenprojecten, goed voor 2,5 miljard euro, werden er 87 afgewezen (meer dan de helft), werden er negentien goedgekeurd terwijl er geen geld meer was en werden er 62 gevoed vanuit de CEF. Daar was in totaal 860 miljoen euro mee gemoeid, zoals hierboven vermeld slechts 4% van de totale hoeveelheid geld die in de periode uit het CEF beschikbaar werd gesteld. Ver onder de doelstellingen die ESPO zich voor de komende periode heeft gesteld.

De aanbevelingen in het rapport gaan echter verder dan een ‘simplistische vraag om meer geld’, aldus ESPO-voorzitter en CEO van Dublin Port Company Eamonn O’Reilly. Ze moeten de discussie over de omvang van de Brusselse subsidiepot en de aanwending van de gelden voeden. Te beginnen op de conferentie in Rotterdam, waar ESPO de studie officieel presenteert.

Over de ESPO-conferentie

De jaarlijkse conferentie van de European Sea Ports Organisation (ESPO) vindt op 31 mei en 1 juni plaats in de Onderzeebootloods op het RDM-terrein in Rotterdam. Vlak daarvoor, op 29 mei, publiceert de Europese Commissie de eerste plannen voor de tweede ronde van de Connecting Europe Facility (CEF), voor de periode 2021-2027. De conferentie zal de eerste gelegenheid zijn voor de havengemeenschap om de voorstellen te bespreken. Thema van de conferentie is ‘Investing in the port of tomorrow’. Bij de opening zijn aanwezig minister Cora van Nieuwenhuijzen van Infrastructuur en Waterstaat en president-directeur Allard Castelein van het Havenbedrijf Rotterdam. Op dag twee presenteert haveneconoom Peter de Langen het investeringsrapport dat hij voor ESPO heeft geschreven en komt de Nederlandse topambtenaar Herald Ruijters, directeur van de het directoraat-generaal MOVE over uit Brussel om de plannen van de Europese Commissie met het CEF uiteen te zetten.

Onderwerpen: ,

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.