Brexit stelt douane op proef

Hoe die er uiteindelijk ook uit komt te zien, de Brexit zal een enorme weerslag hebben op de handel en de logistiek tussen het continent en het Verenigd Koninkrijk. Maar ook op de douane, die een nieuwe en drukke grens zal moeten controleren. De Nederlandse Douane is zich volop aan het voorbereiden, maar over de Border Force aan de andere kant van de Noordzee bestaan grote zorgen.

De douane krijgt het druk na de Brexit. Handelsdeal of geen handelsdeal, het Verenigd Koninkrijk verlaat de interne markt en (als het aan de huidige premier Theresa May ligt) de douane-unie, en staat na 29 maart 2019 als een derde land te boek. Dat betekent dat goederen voor de Britse markt vanaf dan export zijn, en goederen uit het VK import. Uit- en invoer waar de douane zijn stempel van goedkeuring op moet zetten. Dat het hier om figuurlijke stempels gaat – elektronische aangifte is verplicht – doet niet af aan de opgave waarvoor de douane en dus ook het bedrijfsleven staan. Talloze ondernemingen die in de huidige Europese Unie zaken met elkaar doen, hebben nog nooit met import en export te maken gehad.

Door de Brexit verandert dat in Nederland voor 35.000 bedrijven, evenzoveel nieuwe klanten voor de douane die aangifte moeten gaan doen. In het Verenigd Koninkrijk ligt dat aantal nog veel hoger: 190.000. Die stijging is terug te zien in de prognose die de Nederlandse Douane heeft gemaakt over de aantal aangiftes dat ze na de Brexit moet verwerken. Voor invoer zal dat met bijna 20% stijgen tot bijna 5 miljoen, voor uitvoer met meer dan 30% tot zo’n 17 miljoen aangiftes. En al zijn die dan elektronisch, voor verwerking, toezicht en (fysieke) controle van de goederenstroom is extra mankracht nodig. De Douane is begonnen met het werven van tussen de 750 en 930 extra mensen, zo maakte verantwoordelijk staatssecretaris Menno Snel (Financiën) in februari bekend. In omvang groeit de dienst met 20%.

File op A15

Die aanpak leverde het kabinet op het eind maart in Rotterdam gehouden evenement van het Overleg Douane Bedrijfsleven (ODB) een compliment op van de staatssecretaris. Ondernemersorganisaties als VNO-NCW, TLN en Evofenedex zijn voorlopig redelijk tevreden over de inspanningen die de overheid zich getroost om zich op het ergste – een harde Brexit – voor te bereiden. Waarnemend algemeen directeur van de Nederlandse Douane Bert Wiersma illustreerde dat op hetzelfde evenement door investeringen in kantoorruimte en infrastructuur aan te kondigen op de Nederlandse ferryterminals. ‘Wij hebben daar inmiddels de financiële middelen voor gekregen. Toezicht op het ferryverkeer is voor ons een nieuwe activiteit, maar een die de hoogste prioriteit heeft in onze voorbereiding op de Brexit’, aldus Wiersma.

Dat is een beslissing die in goede aarde zal zijn gevallen bij de Nederlandse havenbedrijven. President-directeur Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam waarschuwde bij de presentatie van de jaarcijfers onlangs al: als die infrastructuur er niet is, als er geen terreinen komen waar vrachtwagens van de ferry zich kunnen opstellen in afwachting van de douaneformaliteiten, ‘dan staat straks de hele A15 vast’. De havendirecteur pleitte voor de inrichting van andere plekken dan de terminals om in- en uit te klaren, om zo de congestie in de haven te vermijden. Ook opperde hij het idee dat de Nederlandse douane in Britse havens gaat assisteren. ‘Want als je het hier goed hebt geregeld, maar aan de andere kant niet, schiet je er nog niet veel mee op. Maar in dat opzicht moeten we roeien met de riemen die de politiek ons geeft. Ik weet niet of er ruimte is voor dit soort bilaterale afspraken.’

Sophisticated

Havenbedrijf Rotterdam raakte daar aan een zorg die breed leeft in handel, transport en logistiek: de overheid in Nederland mag dan in eendrachtige samenwerking tussen havens, douane en andere controlerende instanties (veterinair en fytosanitair) hard aan het werk zijn zich te prepareren op de Brexit, in het VK zijn ze daar veel minder mee bezig. En het vertrouwen dat ze daar over een jaar goed voorbereid zijn, is niet zo groot. ‘De douanesystemen daar zijn niet zo sophisticated als die van ons. Niet alleen wat betreft de IT, maar ook fysiek: als je aankomt met de veerboten op het eiland, is er helemaal geen ruimte voor afhandeling. Die havens zijn ingericht om zo snel mogelijk van de boot af en de haven uit te rijden. De Engelsen moeten nog heel veel doen’, zei voorzitter Arthur van Dijk van TLN onlangs in Nieuwsblad Transport.

Een constatering die ook viel te beluisteren op het ODB-evenement: het niveau van de Britse douane en van de Britse douane-expeditie kan niet tippen aan dat in Nederland. Kennis bij de Border Force is schaars en opleidingen om dat op korte termijn te verbeteren zijn er niet. ‘Het zal al een hele toer zijn om hier voldoende nieuwe declaranten op te leiden en aan te nemen’, merkte een bezoeker op. ‘Laat staan dat het de Britse expeditiesector lukt, want die stelt echt niet veel voor.’

Frank de Kruif

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.