Bonn & Mees: ‘In Rotterdam is altijd hijscapaciteit’

RPPC-directeur Albert Straatman maakt een tour door de haven en laat ondernemers vertellen over hun werk. Mainport Magazine volgt hem daarbij. In deze aflevering maken we kennis met een speciaal nautisch segment, dat van drijvende bokken. De firma Bonn & Mees is erin gespecialiseerd. Eigenaar Peter Leenheer en general manager Eric van Viersen vertellen vol passie hun verhaal.

Onderweg naar het kantoor van Bonn & Mees passeer je een straat die de naam ‘Bonn en Meeswerf’ draagt.
Leenheer: Klopt, alle straten in deze wijk zijn genoemd naar Charloisse bedrijven die meer dan 100 jaar bestaan.
Dit bedrijf bestaat nu 130 jaar. Het is begonnen als scheepswerf, de drijvende bokken waren voor eigen gebruik. Tijdens de crisis in de jaren ‘30 is de werf gesloten, maar ging de onderneming verder met de verhuur van bokken. Ik ben zelf de vierde generatie, de familie Leenheer zit al meer dan 100 jaar in het bedrijf.

Hoeveel bokken hebben jullie?
Leenheer: Vier. Met de nieuwe, de ‘Matador 7’, die binnenkort aan de vloot wordt toegevoegd, meegerekend. We
hebben twee bokken die elk 400 ton kunnen hijsen, één, de ‘Matador 3’, die 1800 ton kan tillen en de nieuwe, die
1200 ton kan liften.

Waar worden de bokken vooral voor gebruikt?
Van Viersen: Ze zijn heel breed inzetbaar. We zeggen weleens: als er water is, we er kunnen komen en er moet
gehesen worden, dan kunnen we het. Leenheer: Ik noem een paar in het oog springende projecten. We hebben de scharnieren voor de Maeslantkering geplaatst. We hebben de Hef eerst eruit gehaald en later weer terug gehesen en we waren betrokken bij de bouw van de Erasmusbrug.

Jullie zijn ook actief in het buitenland.
Van Viersen: We zijn net terug uit Ramsgate en gaan binnenkort naar Flensburg, in Noord-Duitsland.

Waar slapen de medewerkers dan?
Leenheer: We hebben voldoende accommodatie aan boord. Iedereen heeft zijn eigen hut. De ‘Matador 7’ heeft zelfs 35 kooien in 22 hutten.

Wat is de gemiddelde bezetting van een drijvende bok?
Van Viersen: De 400 tonners varen met vier mensen, de 1800 tonner met vijf tot zes en de nieuwe gaat hier varen met zes tot zeven mensen. Leenheer: We hebben echte specialisten in dienst en ons personeel is erg trouw. Iemand die nieuw bij ons komt, is of binnen drie maanden weg of blijft de rest van zijn leven. Sterker nog, soms
gaat het werk over van vader op zoon. Ook wat dat betreft is het een echt familiebedrijf.

Wat ga je met de 28 kooien doen die je over hebt?
Leenheer: Goede vraag. We hebben vaak projecten, dan komen duikers en bergingsinspecteurs aan boord, die kunnen we dan ook laten overnachten. Van Viersen: Dan biedt je accommodatie aan, aan de externen. Leenheer: Tot nu hadden we dan een accommodatieschip in de buurt. Dat hoeft dan niet meer. De accommodatie is zo fors, omdat de bok, die we overgenomen hebben van Boskalis, vroeger bijvoorbeeld voor drie jaar naar Griekenland
ging. Wij gaan meestal maar drie tot vijf weken. Het is niet onze stijl lang van huis te zijn. Rotterdam is onze
basis, we zorgen ervoor dat hier altijd hijscapaciteit is. Ik heb het maar een keer meegemaakt dat we geen bok in Rotterdam hadden liggen. Je kunt het bijna niet geloven, maar het gebeurt nog steeds dat een grote rederij belt
met de mededeling ‘Er komt morgen een schip aan en daar staat een trafo op van 280 ton. Hoe laat kunnen jullie
er zijn?’ In Antwerpen zou je dat drie weken van te voren moeten aanvragen, en in Hamburg is 280 ton sowieso al een probleem. Hier kan het, dankzij ons. Van Viersen: Dat is een van de kenmerken van ons bedrijf: de flexibiliteit

Is er zware concurrentie in de markt?
Leenheer: Eigenlijk niet, er zijn maar enkele tientallen bedrijven wereldwijd die gespecialiseerd zijn in het werken
met drijvende bokken. In Nederland zijn dat er nog maar een paar. Alle voormalige collega-bedrijven zijn gestopt of
opgegaan in Boskalis, zoals Smit Tak. Vroeger was het zo, dat als er een bok op de markt kwam, we met de  collega’s samen zo’n vaartuig opkochten en lieten slopen.

Zijn jullie gevoelig voor recessie of loopt het altijd door?
Van Viersen: We zijn anticyclisch. In de recessie hebben wij onze beste jaren gehad. 2013 was het beste jaar uit de 130 jaar historie van dit bedrijf. Leenheer: We krijgen pas laat last van een economische dip. Producten die
nu worden besteld komen pas over ongeveer drie jaar naar Rotterdam om verscheept te worden. Wij hadden het
de afgelopen drie jaar wat lastiger, omdat er tijdens de crisis geen bestellingen zijn geplaatst. Wel zagen we gelukkig tijdens de afgelopen jaren dat de scheepsbouw weer toenam, dat er meer geïnvesteerd wordt
in infrastructuur, en daar profiteren we nu van.
Van Viersen: En we zien de opmars van windenergie, waar we toch wel het een en ander van meepakken.
Leenheer: Laten we niet vergeten dat de olieprijzen zijn gestegen, en dat merk je aan alles. De hele markt hoopt
dat de olieprijzen flink doorstijgen. Dat is vervelend aan de pomp, maar goed voor de sector.

Varen de bokken op eigen kracht?
Van Viersen: De 400 tons bokken hebben geen eigen aandrijving.
Leenheer: De grote bokken kunnen zelf varen, maar de verzekeraar eist dat ze buitengaats gesleept worden. Soms is de sleepboot minder sterk dan de bok zelf. We hebben het een keer meegemaakt  dat de ‘Matador 3’ de sleepboot langszij moest nemen wegens een storing en de haven binnenbracht. Het was uitgerekend een sleepboot van Smit, destijds onze grootste concurrent.

Jullie zijn sinds kort lid van RPPC. Wat verwacht je van die organisatie?
Leenheer: Dat ze de Rotterdamse haven en de daarin gevestigde bedrijven binnen en buiten Europa promoten.
Daarnaast is het een goede ingang naar andere bedrijven die ook lid zijn.
Van Viersen: Onze klanten kennen ons hier heel goed. Maar naar buiten toe moet wel bekend zijn dat er zoveel hijscapaciteit in deze haven is. Dat is goed voor ons, maar ook voor de haven. Dat is beslist onderscheidend ten opzichte van de haven van Hamburg of Antwerpen. In heel Europa is niet zoveel capaciteit als hier. Dat kunnen wij zelf wel roepen, maar het is sterker als RPPC het verkondigt.

Mels Dees

Onderwerpen: ,

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.