Waterrichtlijn staat chemie in de weg

Alarm in een groot aantal Europese havens. De Europese Commissie (EC) evalueert de in het jaar 2000 ingestelde richtlijn voor de kwaliteit van rivier- en zeewater. Dit zorgt bepaald voor onrust bij havens – vooral daar waar de chemische industrie aanwezig is.

Grote woorden worden niet geschuwd. Gunther Bonz, de president van het Europese verband van private Havenuitbaters (Feport), spreekt van een onafwendbare ‘de-industralisatie van grote delen van Europa’. De club van Duitse zeehavenbedrijven verwacht dat ‘bescherming van water en natuur’ veel meer aandacht zal krijgen dan ‘het nuttig gebruik van rivieren en zeearmen’. Algemeen heerst bij lobby- en beroepsverenigingen de angst dat een nieuwe, bijgewerkte regelgeving zal leiden tot een ‘vloek’ voor de economie. De nu nog geldende regelgeving stamt uit het jaar 2000. Het doel was de kwaliteit van rivieren, meren, kust- en grondwater te verbeteren. Uiterlijk in 2027 moet de kwaliteit van dit water als ‘goed’ beoordeeld kunnen worden. Het water mag slechts in zeer kleine mate verontreinigd zijn en moet zowel planten als dieren ‘een zo natuurlijk mogelijk leefgebied’ bieden.

Aangescherpte doelen van de regelgeving kunnen tot directe conflicten met de belangen van bedrijven in de sectoren transport, logistiek en chemie leiden. Meer dan twee derde van alle Europese productiebedrijven ligt aan een rivier of aan de kust. ‘Het water vormt de levensader voor deze bedrijven’, benadrukt Gunther Bonz. Nieuwe richtlijnen zouden de uitdieping van rivieren, de bouw of uitbreiding van sluizen of zelfs veranderingen aan kades in de weg kunnen staan.

Matiging

Niet dat de verschillende lobbyisten die ageren tegen een eventuele aanscherping niet het beste voorhebben met de kwaliteit van het water, maar ze dringen aan op matiging. Nu al kent de Europese Unie de strengste wetgeving ter wereld als het om de bescherming van rivieren en andere wateren gaat.

Een probleem is daarbij dat de richtlijn geen compensatiemechanisme kent. De wet die de vogels beschermt en de Flora-Fauna Habitat richtlijn staan het onder dwingende omstandigheden in het algemeen belang, of bij het ontbreken van geëigende alternatieven, toe de regels te schenden. Eis is dan wel dat elders nieuwe natuur wordt aangelegd als compensatie. Om die reden gelden deze beide strenge maatregelen voor de transportsector en de chemische industrie als ‘te handhaven’, ook al vertraagt het processen en leidt het vaak tot hogere kosten.

Zeer dwingend

Een dergelijke uitweg staat de waterrichtlijn echter niet of nauwelijks toe, hier heerst een ‘verslechteringsverbod’, dat de aanleg van compensatienatuur bijna onmogelijk maakt, legt president Bonz van Feport uit. ‘Elk systeem, zelfs als het goed is, moet consequent richting zeer goed verbeterd worden.’ Zelfs de kleinste aanpassingen aan of in het water vallen onder deze eis, en de wetgeving is zeer dwingend.

Dat blijkt onder meer uit vonnissen van het Europese gerechtshof. Zelfs als het gebruik van compenserende maatregelen mogelijk zou zijn, dan moeten die uitgevoerd worden in hetzelfde water als waar de verstoring plaatsvindt. ‘Pas je iets aan in een rivier, dan moet je compenseren aan diezelfde rivier – niet ergens anders, zoals bij andere natuurbeschermingsrichtlijnen, waarbij je ook compensatienatuur mag aanleggen die relatief ver verwijderd is van de plek waar ingegrepen wordt in het ecosysteem.’

Concreet bemoeilijkt de richtlijn het aanpassen van vaargeulen, de aanleg van dijken en stuwen, het uitdiepen van de Rijn vanaf Keulen, en investeringen in onder meer chemieparken langs rivieren of de bouw van containerterminals. Volgens Bonz schiet de wetgeving ‘haar doel voorbij’ en mag van verzwaring van de eisen geen sprake zijn.

Mels Dees

Onderwerpen: ,

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.