150 jaar Akte van Mannheim: binnenvaart mag door Breeddiep

De Akte van Mannheim bestaat 150 jaar. Op 17 oktober 1868 werd de akte ondertekend door de Rijnoeverstaten. Het verdrag regelt de vrijheid van scheepvaart over de Rijn. Hierdoor kon de Rotterdamse haven optimaal profiteren van zijn unieke ligging aan de Noordzee en aan de rivieren Maas en Rijn en uitgroeien tot de belangrijkste haven van Europa.

Het Breeddiep bij Hoek van Holland was ooit bedoeld voor alleen werkschepen van Rijkswaterstaat. Vanwege de verraderlijke stroming en de nauwe opening verbood het Havenbedrijf in eerste instantie de binnenvaart om er door te varen. De binnenvaart deed toen met succes een beroep op de Akte van Mannheim. Eind 2016 verbreedde het Havenbedrijf de doorgang van 80 naar 300 meter. Cees de Keijzer, voorzitter van de Rotterdamse afdeling van World Ship Society groef in zijn geheugen en kwam met het volgende historische verhaal.

Bij de aanleg van de ‘oude Maasvlakte’, begin jaren ’70, was het Breeddiep in gebruik voor werk- en dienstvaartuigen. Er was veel werkvaart vanuit de Berghaven en zo kon men er gemakkelijker naartoe. De oorsprong van de naam blijft ongewis en tegenwoordig maken er jaarlijks zo’n 50.000 binnenvaartschepen gebruik van, gemiddeld 137 per etmaal. De afgelopen jaren werd het almaar drukker en door het grillige stroompatroon, en niet in het minst bij harde wind, leverde dat soms hachelijke situaties op. Schaalvergroting en toename van het aantal passages, door met name het groeiende containervervoer, waren aanleiding om de doorvaartbreedte van 75 naar 350 meter in 2016 te verruimen.

Noordzeeweg 999

Destijds stond op de landtong aan het eind van de Noordzeeweg, met postadres nummer 999, de Regelpost Europoort. Die had een markant seinraam en stond bovenop een terp. Van hieruit werd het scheepvaartverkeer voor de Europoort gecoördineerd. ‘De Post’ op ‘De Terp’ werd 24/7 bemand door een Scheepvaartverkeersleider van het toen nog Gemeentelijke Havenbedrijf en een Redemeester en Radarwaarnemer van de Rijkshavendienst.

Ze werden van de Berghaven via het Breeddiep naar de landtong gevlet om elkaar af te lossen. Met ratelende telexen met meldingen van binnenkomers, bestellingen voor vertrekkers, verhalers en vaarplannen kon het er behoorlijk druk zijn. Het was nog in de tijd dat er op één Hoogwater vier ‘Geulers’ achter elkaar binnenliepen en zo op één nacht of wacht ruim een miljoen ton ruwe olie binnenkwam.

Congestie

Het Breeddiep was dus een doorvaart van de Nieuwe Waterweg naar het Calandkanaal die lag tussen de landtong en de splitsingsdam in het verlengde daarvan. Het was een nogal misleidende benaming, want het vaarwater was met krap 75 meter niet breed en met amper 5 meter water ook niet diep. Er kon een sterke stroom lopen en Rijkswaterstaat, beheerder van het vaarwater, had bepaald dat het Breeddiep uitsluitend door dienstvaartuigen gebruikt mocht worden. Doorvaart voor binnenvaart en coasters was strikt verboden.

Daarnaast was de Rijkshavenmeester, wegens vermeende veiligheidsrisico’s, geen voorstander van binnenvaart op de Nieuwe Waterweg en rondvaren via de splitsingsdam was uit den boze, hoewel coasters dat wel mochten. Het Hartelkanaal was, met de toen nog bestaande Beerdam, afgesloten en alle binnenvaart – inclusief zandtransport – moest door de Rozenburg- en Hartelsluizen. Het was de enige vaarweg en veel congestie met lange wachttijden waren aan de orde van de dag (en nacht).

De man met de pet

De Noordzeeweg was in die tijd slecht begaanbaar, maar desondanks kwam eind jaren ’70 op zekere middag een man de trap op. Hij diende zich bescheiden aan en zei dat hij aan het rondkijken was met de vraag of hij even binnen mocht komen. Hij had een boerenpet op en maakte op het eerste gezicht ook een agrarische indruk. We hadden het druk en met ‘help uzelf’ wezen we naar de koffiepot. Hij toonde veel interesse en stelde af en toe een vraag.

Na zo’n anderhalf uur vertrok de man met de pet onder dankzegging voor de koffie en hij deponeerde wat in de koffiegeldbus. We hoorden niets vallen en dachten dat het een briefje van vijf gulden zou zijn, waarmee voor die tijd een kop koffie goed betaald was. Aan het eind van de wacht toch maar even gekeken en tot onze grote verbazing bleek het een ‘meier’, oftewel 100 gulden te zijn. Goed voor een tijdje gratis koffie, wat uiteraard in dank werd aanvaard, maar wel de nodige vraagtekens opriep.

Akte van Mannheim

Drie maanden later werd alles duidelijk. De bewuste persoon bleek een gerenommeerd zandhandelaar en transporteur te zijn. Hij had een geding aangespannen tegen Rijkswaterstaat en claimde voor de rechtbank vrije doorvaart door het Breeddiep én vrije vaart op de Nieuwe Waterweg. Dit op basis van de Akte van Mannheim omdat, naar zijn mening, deze Akte niet goed werd nageleefd doordat het ene vaartuig er wel doorheen mocht en andere vaartuigen weer niet.

Het internationale verdrag uit 17 oktober 1868 waarborgt de vrijheid van scheepvaart en gelijke behandeling op de Rijn, met inbegrip van het vrije vervoer van goederen al of niet gesleept of geduwd in bakken of in binnenschepen met eigen voortstuwing. Het Rijk sputterde, ook juridisch, nogal tegen, maar verloor kansloos en werd gesommeerd om in het kader van een veilige doorvaart extra markeringsboeien te plaatsen.

‘Pride of Rotterdam’

De slimme zandboer heeft hiermee goud verdiend, want zijn aanbestedingscontract was begroot op de vaart door de sluizen en ook voor de overige binnenvaart ontstond een voordeelsituatie. Schoorvoetend werd meer en meer gebruik gemaakt van de nieuwe route en congestie behoorde al snel tot het verleden. Thans varen door het Breeddiep, naast allerhande binnenvaartschepen, ook coasters. Zelfs de ‘Pride of Rotterdam’ is er al gesignaleerd en zo is er nu met recht sprake van een echt Breeddiep.

Auteur: Cees de Keijzer

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.