‘Wij pleitten eind jaren negentig al voor een havenfusie’

Multraship, de nautische dienstverlener in Terneuzen, verbreedde zijn portfolio. Naast de haven- en zeesleepdiensten levert de onderneming inmiddels een groot aantal services. We spreken directeur
Leendert Muller in een tijdelijk kantoor, met uitzicht op de Westerschelde.

Ruim 230 jaar is de familie Muller actief in de scheepvaart. Hoe begon het?
Mijn overgrootvader kreeg van zijn vader een sleepboot. Daarmee begon hij in 1911 vanuit Terneuzen de sleep- en bergingsactiviteiten. De familie van mijn overgrootmoeder had een ngroothandel in stenen, dus de eerste
activiteiten bestonden uit het slepen van steenbakjes, naast al het andere dat hier rond Terneuzen te slepen viel.
Van mijn overgrootvader ging het bedrijf over naar mijn opa en verder naar mijn vader en oom. De onderneming
heette toen Willem Muller. Begin jaren tachtig werd de markt getroffen door de oliecrisis. Een groot deel van het bedrijf is toen verkocht aan Wijsmuller, waarbij mijn vader zou aanblijven als algemeen directeur. Dit is anders gelopen en daarom zijn we in 1984 met een nieuwe sleepdienst begonnen onder de naam Multraship, waarvan ik, samen met mijn zussen en zwager de directie vorm. Het was een soort doorstart. Gelukkig waren er nog veel tevreden klanten uit het verleden, we groeiden snel.

Zo concurreerde je met voorheen je eigen schepen.
Beter gezegd: we concurreerden met wat vroeger ons eigen bedrijf was, maar niet alleen met hen, want er waren
meer spelers op de rivier. Overigens werd dit voormalige Muller-bedrijf in 1990 al doorverkocht aan het Belgische
URS. Uiteindelijk kwam dat via omwegen bij Smit terecht.

Het Duitse Fairplay is bij jullie ingestapt.
We groeiden als bedrijf en je ziet de hele wereld veranderen. Bij de grote containerrederijen zagen we consolidatie, daarom hebben we ruim tien jaar geleden de keuze gemaakt Fairplay erbij te halen. Het is ook een familiebedrijf, net als wij. We konden elkaar versterken. Zij zijn actief in Rotterdam, Duitsland en Polen. Wij op de Schelde, in Bulgarije en Roemenië. Beide bedrijven zijn met elkaar meegegroeid.

Heb je concurrenten op de Schelde?
Er zijn er inmiddels niet veel meer over. Toen ik begon had je zeven of acht havenslepers. Nu nog twee. Kotug Smit (de navolging van Belgische URS) en wij.

Als je naar buiten kijkt, wat zie je dan in de markt?
Op dit moment is er van alles aan de hand. We zien nog steeds consolidatie en globalisatie. Vooral bij de havensleepdiensten is er een sterke competitie. Wij hebben gelukkig als bedrijf al eind jaren 90 de keuze gemaakt te diversifiëren. In de breedte te expanderen, niet alleen in sleepdiensten. Zo namen we in 1997 een drinkwaterleverancier over, zijn we drinkwater gaan leveren aan schepen. In 2004 stapten we in als aandeelhouder bij de Verenigde Bootlieden in Terneuzen. Daaronder zat onder andere ook een taxibedrijf: het idee was een one-stop-shop te worden. En ook de concurrent van de bootmannen hier in Terneuzen is door ons overgenomen.

Hoe kijk je aan tegen de fusie tussen de havens Zeeland Seaports en de haven van Gent tot North Sea Port?
Ik denk dat dit een zeer positieve ontwikkeling is. Eind jaren 90 heb ik als voorzitter van de Terneuzense havendagen mijn pleidooi voor een intensieve samenwerking tussen de beide havens al gehouden. Het is goed dat die stap is gezet.

Wat ga je ervan merken?
Ik verwacht dat de gezamenlijke organisatie meer slagkracht krijgt. In financiële zin, natuurlijk, maar ook in
bemensing. Het heeft weinig zin dat twee havens die zo ongeveer tegen elkaar aanliggen elkaars vliegen afvangen. Natuurlijk, in het concurrentieveld is prijs belangrijk, maar een goede service kunnen leveren wellicht nog belangrijker. Als een onderneming, en dat kan ook een havenbedrijf zijn, niet kan investeren omdat de markt niet toestaat dat je iets verdient, dan gaat het serviceniveau omlaag. Dan komt eigenlijk de hele keten in gevaar.

In Zeeland, en wellicht nog sterker in Zeeuws-Vlaanderen, is het niet eenvoudig om aan personeel te komen.
Daar kun je als bedrijf ook veel zelf aan doen. Niet bij de pakken neerzitten. Wij bieden goede voorwaarden aan
ons personeel. Dat is belangrijk, maar niet het enige aspect waar werknemers naar kijken. We zijn ook een heel
sociaal betrokken bedrijf. Daarin zijn we een echt familiebedrijf, met korte lijnen. Vaak zijn het de werknemers die
verbeteringen of aanpassingen voorstellen, simpelweg omdat ze dagelijks aan boord van de schepen zijn.

De afgelopen decennia kwamen nieuwe markten op, met name offshore olie en offshore wind.
Eind jaren 90 hebben we onze activiteiten verbreed naar zeeslepen en offshore. We bedienen de olie- en gassector met onze grote havenboten. Een aantal van onze schepen is constant in die sector bezig. Daar zit een filosofie achter, bij een breder portfolio ben je minder kwetsbaar. Nu slepen we in meerdere havens, we doen offshore, berging en maritieme dienstverlening.

Maakte die strategie de groep weerbaarder tijdens de crisis van 2008?
We hebben in die tijd wel problemen aan zien komen, hadden sterk het gevoel dat het niet goed kon blijven
gaan. We trokken al een beetje aan de handrem: geld in de portemonnee houden. Natuurlijk hebben we ook een
tikje gehad, maar we hadden vooral ook de ruimte om anticyclisch te investeren, de vloot te vernieuwen. Samen met Fairplay zijn we tien jaar geleden in Antwerpen gaan slepen. Daar was tot dan toe een monopolie. Kijk, als het goed gaat wil een reder niet overstappen naar een ander sleepbedrijf, maar tijdens een crisis wordt alles heroverwogen.

We groeiden als bedrijf en je ziet de hele wereld veranderen.

Hoe kijken jullie naar de Brexit?
Er zal handel blijven tussen het continent en het Verenigd Koninkrijk. De Britse fabrieken worden echt niet zomaar
verplaatst. De trafiek op Engeland zal toenemen, en door congestie in de tunnel en het feit dat er in vergelijking
met het verleden minder veerboten zijn, zal de scheepvaart de capaciteit leveren. Dat is gunstig.

Wat is de impact van de nieuwe zeesluis die in Terneuzen wordt gebouwd?
Die impact is voor onze ondernemingen erg groot. We worden hard geraakt. Elf van onze locaties bevinden zich in
het projectgebied. Behalve dit tijdelijke hoofdkantoor verandert eigenlijk alles, van ligplaatsen tot de gebouwen. De
locatie van de bootmannen, de voormalige radartoren op de huidige sluis (daar zit de afdeling dispatching). Een
aantal locaties is al gesloopt.

Voor die aanpassingen worden jullie gecompenseerd.
Ja, gelukkig wonen we in een geciviliseerd land. We worden gecompenseerd. In 2013 zijn mijn zwager en ik
in gesprek gegaan met de autoriteiten en begonnen de onderhandelingen. In april 2016 hebben we een redelijk
compromis gevonden dat voor beide partijen goed is. Het zorgt voor de continuïteit van het bedrijf. Dat is goed
voor de werkgelegenheid en borgt de positie van de ondernemingen – we kunnen groeien. En de overeenkomst
waarborgt dat we veilig kunnen blijven werken – een heel belangrijk onderwerp.

Die impact is groot en direct gerelateerd aan uw bedrijf. Wat gaat de nieuwe sluis zakelijk brengen?
In combinatie met de fusie van de havens draagt ook de sluis waarschijnlijk bij aan meer business.

Het kantoor van Multraship bevindt zich op een tijdelijke locatie, in afwachting van een nieuw kantoor bij
de sluis. Wat is de status van het oude pand, direct aan de Westerschelde?
Ons oude pand staat leeg, maar is nog compleet gemeubileerd. Wie interesse heeft kan er zo intrekken, 32 werkplekken, plug en play, je kunt morgen beginnen. Kortom: we beraden ons nog over de toekomst van het oude pand.

Auteur: Mels Dees

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.