Hart voor de haven: duiker Sjaak Stockmann

Het is zonder meer de havenbaan met de meest interessante werkkleding: een zwart duikpak met een zware helm, flessen zuurstof op je rug, ademen door een slangetje en flippers aan je voeten. Voor Sjaak Stockmann is het al 37 jaar de gewoonste zaak van de wereld om onder water te werken.

Als kleine jongen wilde hij al duiker worden. Dag en nacht lag hij in het water en hij haalde vier zwemdiploma’s. Ook nu nog, op z’n 61e, gaat Sjaak Stockmann nog graag onder water om een wand van een schip te controleren, een kademuur te repareren, een sluisdeur te checken, een gezonken boot te bergen. ‘Het is gewoon leuk werk. Heel veelzijdig. Als ik op mijn werk kom, weet ik nooit wat er op het programma staat. De ene keer ga ik er met de servicebus op uit, de andere keer ben ik aan boord aan de gang. Je moet niet vies uitgevallen zijn, want er zit ook wel eens wat rioleringswerk bij. En soms moet ik naar het buitenland. Vroeger zaten er hier meer scheepswerven, dat leverde ook veel werk op. Maar de meeste zijn verdwenen.’

Sinds 1981 werkt Stockmann bij Duik- & Bergingsbedrijf W. Smit. Ook wel Smit Waalhaven genoemd, of ‘Smitje’,
omdat het grote Smit-Tak vroeger een bijna-buurman was. Hij had wat geduld nodig om als duiker aan de slag te
kunnen, want er was vroeger geen pasklare opleiding. De enige mogelijkheid was om bij de marine te gaan. Stockmann was nog geen 16 en meldde zich aan. Toen bleek dat je onder de 18 jaar geen duiker kon worden en dat het bij Defensie een soort bijbaan was. Eerst moest hij maar leren voor machinist.

‘Scheepsduiker worden kan iedereen. Daarna ga je je specialiseren. Examens doen, leren over springstoffen. Dat
duurde bijna een jaar en ik moest minimaal twee jaar blijven bij de marine, want ze investeren natuurlijk wel in je. Maar na vier jaar in totaal bij Defensie had ik het helemaal gehad. Meevaren en voor de kant liggen tijdens een staatsbezoek; dat soort dingen vond ik gewoon niet interessant.’

Kunst- en vliegwerk

Solliciteren dus, bij duikbedrijven. ‘Ik ben bijvoorbeeld bij Wijsmuller geweest in IJmuiden, maar dat was niks voor mij: langlopende projecten in het Midden-Oosten, waarbij je drie maanden voor de kust lag en naast het werk niets te doen had. Je kon geen kant op. Bij de marine had ik wel gezien dat veel van huis zijn, niks voor mij was.’

Hij kwam bij Holland Diving terecht, in Vlaardingen. ‘Een leuk bedrijf en heel leerzaam. In de praktijk leerde je vindingrijk en creatief te zijn. Soms is het net kunst- en vliegwerk. Dat is in de hele duikerswereld wel een beetje zo.’ In die tijd was W. Smit voor de binnenvaartwereld een begrip. Holland Diving richtte zich op zeeschepen, een specialisatie die Smit ook in huis wilde hebben. Ze vroegen Stockmann en die had wel oren naar Smit-Waalhaven, een familiebedrijf met inmiddels meer dan zestig jaar ervaring in onderwaterwerkzaamheden.

Rozengeur en maneschijn

Bij Smit zijn de werkzaamheden in loop der tijd uitgebreid: renovatie, onderhoud en nieuwbouw van  damwandkades en scheepshellingen, het schoonmaken en onderhouden van koelwaterinstallaties, inspectie en reparatie van sluizen en sluisdeuren. W. Smit wordt voornamelijk ingezet in de Benelux, maar ook andere grote havens in Europa weten het duik- en bergingsbedrijf ook steeds beter te vinden. Zo zijn de duikers regelmatig aan het werk in Bremen, Hamburg of Marseille.

Duiken is zwaar werk, vindt Stockmann. ‘Fysiek, maar ook bepaalde klussen. Je hebt soms makkelijke dagen, maar het is niet altijd rozengeur en maneschijn.’ Dat het water in de winter stukken kouder is, maakt ‘m niet veel uit. ‘Dan doen we handschoenen aan.’

Het klinkt misschien vreemd, maar voor een beroepsduiker komt het duiken op de tweede plaats. Een beroepsduiker wérkt onder water. Het duiken is eigenlijk alleen maar een manier om op de werkplek te komen. Dat duiken moet natuurlijk goed en veilig gebeuren, maar het gaat om het werk, er moet een karwei gedaan worden. Een duiker doet hetzelfde als de vakman boven water: betonstorten, snijbranden, lassen, lijmen, schilderen, schoonmaken van metaaloppervlakken, stroppen aanbrengen, lasten bevestigen. En tijdens het werk komen er dan gewoon vissen langs. Stockmann: ‘Onlangs nog een grote meerval, wat een monster was dat.’

Alles voor de veiligheid

Vroeger gingen de duikers overal met z’n tweeën op af. ‘Je weet immers niet altijd van te voren of iets een lastige of makkelijk klus is. Tegenwoordig zijn we verplicht met z’n drieën aan het werk. Een blijft op de kade en is verantwoordelijk voor het karwei. Er wordt een checklist afgevinkt, alles voor de veiligheid. Zo moet de omgeving weten waar we onder water aan het werk zijn. We filmen nu ook onder water. Het resultaat is dat de klant direct kan zien hoe de werkzaamheden verlopen. Alle beelden worden opgeslagen en kunnen over de gehele wereld worden verstuurd.’

Soms is het net kunst- en vliegwerk. Dat is in de hele duikerswereld wel een beetje zo

Naast het reguliere werk wordt er ook wel eens gedoken naar verloren portemonnees en trouwringen van particulieren. Af en toe doen de duikers ook echt bijzondere vondsten. ‘Ik heb ooit een sleepboot gevonden onder water, die waren ze kwijtgeraakt in de Tweede Wereldoorlog. We hadden een klus bij het Noordereiland in Rotterdam en onder water zwom ik er gewoon tegenaan. We mochten ‘m naderhand ook zelf bergen en dat is met veel pijn en moeite gelukt. De krant erbij en veel toeschouwers op de brug, want ja, dit was echt wat bijzonders. Het schip is helemaal opgeknapt en vaart nu weer, als historisch schip.’

Smit Waalhaven werd ook ingezet toen de veerboot ‘Herald of Free Enterprise’ in 1987 kapseisde voor de kust van Zeebrugge. ‘Zulke opdrachten blijven je de rest van het leven bij, helaas. Dat was een enorm trieste toestand. Maar dat maakt het werk ook weer waardevol.’

Auteur: Nathalie Montfoort

Nathalie Montfoort is hoofdredacteur van Mainport en redacteur bij Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.