Banenmotor zeehavens draait op volle toeren

Door de groei van de goederenoverslag zijn er steeds meer arbeidskrachten nodig in de Nederlandse zeehavens. Het benodigde opleidings­niveau zal daarbij steeds verder toenemen. Dat blijkt uit de Maritieme Monitor 2018. Hierin worden de cijfermatige ontwikkelingen en trends van de havens beschreven door onderzoeksbureau Ecorys in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Net als in eerdere arbeidsmarktmonitoren blijkt dat automatisering ervoor heeft gezorgd dat de afgelopen jaren een stijging in productiviteit van het personeel heeft plaatsgevonden in de havens. Net als in andere sectoren stijgt in de havensector onder invloed van technologische ontwikkelingen de behoefte aan hoger opgeleid en meer gespecialiseerd personeel. Ook de behoefte aan combi-functies groeit. Voor de middellange termijn wordt een bestendiging van de upgrading van het werk verwacht, vooral in de technische beroepen.

Er zijn vooral personeelstekorten aan de uitvoerende kant. Ongeveer 30% van de bedrijven die deelnamen aan het havenonderzoek van bureau SEOR gaf aan moeilijk vervulbare vacatures te hebben. Het gaat dan vooral om functies als maintenance technicus (mbo-4), werktuigbouwkundige (hbo), elektrotechnicus (hbo) en maintenance 1e monteur (mbo-3) bij de technische beroepen en logistiek en economie (hbo) en waterklerk/operator (mbo-4) bij de logistieke beroepen.

Bijscholen

‘Door het structurele karakter van de personeelstekorten zullen we op de nationale arbeidsmarkt meer concurrentie zien, niet alleen voor mensen met techniek- en ICT-competenties. Meer inzetten op bijscholen is dan ook van belang om voldoende gekwalificeerd personeel te hebben’, meldt de monitor.

Een punt van aandacht blijft het imago van het werk in de haven. In een eerder onderzoek van SEOR wordt de gebrekkige belangstelling voor het werk in de haven (technisch en logistiek) als een knelpunt gezien in de personeelsvoorziening in de toekomst. Onder jongeren staat het logistieke werk op bijvoorbeeld de luchthaven hoger aangeschreven dan het werk in de haven.

Binnen de terminals en het havenbedrijf zijn over het algemeen voldoende stageplaatsen voor de mbo- en hbo-studenten. Dit vormt geen knelpunt in de opleiding. Het aanbod van afgestudeerden met een haven- en/of logistiek gerelateerde opleiding op mbo- en hbo-niveau laat een wisselend beeld zien.

Instroom opleidingen daalt

Het aantal gediplomeerden in (haven)logistieke opleidingen is het afgelopen jaar toegenomen. Bij alle zes de opleidingen zijn opnieuw het aantal gediplomeerden gestegen. De meeste gediplomeerden komen nog steeds van mbo manager, coördinator en medewerker havenlogistiek (588) en hbo logistiek en economie (434), gevolgd door w.o. supply chain management (355), hbo technische vervoerskunde en logistiek (284)

De instroom lijkt in het meest recente studiejaar voor bijna alle (haven)logistieke opleidingen gedaald. Bij de opleidingen mbo manager, coördinator en medewerker havenlogistiek is de instroom sinds 2015 gedaald tot 287 eerstejaars studenten in 2017. De opleiding hbo technische vervoerskunde en logistiek vertoont een licht dalende trend tot 229 instromers in 2017. Hbo logistiek en economie daalde qua instroom tot 725 eerstejaarsstudenten. In 2017-2018 is voor het eerst instroom te zien voor de associate degree opleiding ‘logistiek management’. De w.o. masteropleiding ‘Transport Infrastructure and Logistics’ blijft stabiel met rond de 25 studenten die met deze opleiding starten.

Al die mensen zijn verantwoordelijk voor behoorlijk wat omzet. De maritieme betekenis van de Nederlandse zee- en binnenhavens binnen het totale maritieme cluster is aanzienlijk, met in 2017 een omzet van €14,8 miljard, een productiewaarde van €12 miljard en een toegevoegde waarde van ruim €7,1 miljard.

Auteur: Bart Pals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.