Bufferparkeerlocaties bij ferry- en shortsea terminals Rotterdam

In aanloop naar de eventuele Brexit richten Havenbedrijf Rotterdam, gemeente Rotterdam, gemeente Vlaardingen en Rijkswaterstaat vijf bufferparkeerlocaties in nabij ferry- en shortsea terminals.

Hier kunnen vrachtwagens tijdelijk terecht, indien na de Brexit hun douanepapieren niet op orde zijn voor zeevervoer naar het VK. Doel hiervan is om eventueel extra oponthoud als gevolg van extra douaneformaliteiten op ferry en shortsea terminals tot een minimum te beperken en een zo soepel mogelijke goederendoorvoer van en naar het VK te waarborgen.

Extra douaneformaliteiten zijn immers vereist voor zogeheten derde landen. Ook kunnen intensievere paspoortcontroles en inspecties door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit leiden tot langere verwerkingstijden op terminals.

Bufferparkeerlocaties

De tijdelijke bufferparkeerlocaties staan gemarkeerd op bovenstaande kaart. Indien deze extra capaciteit onverhoopt ontoereikend zou zijn, hebben partijen additionele overloopgebieden achter de hand. Bovendien heeft Rijkswaterstaat in overleg met alle partijen verkeerscirculatieplannen gemaakt om een goede doorstroming te borgen.

Van de circa 54 miljoen ton goederen die jaarlijks worden verhandeld tussen het VK en Nederland gaat circa 40 miljoen ton via de Rotterdamse haven, vooral via ferry- en shortsea transport. Zodra Brexit een feit is, vormen de Nederlandse zeehavens voor het VK een EU-buitengrens en dat heeft grote gevolgen voor met name de afhandeling van douanepapieren en paspoortcontrole.

Simulatie

Havenbedrijf Rotterdam heeft in samenwerking met de ferryterminals in Rotterdam een simulatiestudie laten uitvoeren naar de effecten van een Brexit op de afhandeling van vrachtvervoer op en voor de terminals. Op basis van ervaringsgegevens is daarbij aangenomen dat circa vierhonderd vrachtauto’s hun formaliteiten niet op orde hebben.

Op basis van de uitkomsten van deze simulatiestudie is een inschatting gemaakt van het benodigde aantal tijdelijke bufferparkeerplaatsen voor trucks. Op grond van deze aantallen verwachten partijen dat de geboden zevenhonderd extra plekken op bufferparkeerlocaties toereikend zullen zijn.

Op de noordoever in Hoek van Holland heeft de gemeente Rotterdam terrein Oranjeheuvel aangewezen. Dit terrein ligt in de nabijheid van de ferryterminal in Hoek van Holland. Rijkswaterstaat realiseert daar ruimte voor circa tweehonderd vrachtwagens. In Maasdijk, gemeente Westland, heeft Rijkswaterstaat een bufferlocatie voor circa vijftig vrachtwagens ingericht. In de gemeente Vlaardingen wordt aan de Waterleidingstraat een terrein ingericht voor circa tachtig vrachtwagens.

Bufferparkeerlocaties zuidoever

Op de zuidoever worden in opdracht van Havenbedrijf Rotterdam bufferparkeerlocaties ingericht aan de Moezelweg en aan de Seattleweg. Het terrein aan de Moezelweg biedt ruimte aan circa 290 vrachtwagens.

Dit terrein ligt in de nabijheid van de ferry- en shortsea terminals die opereren vanuit havengebied Europoort. Het terrein aan de Seattleweg biedt ruimte aan circa tachtig vrachtwagens. Beide terreinen zijn goed bereikbaar vanaf de snelweg A15, zowel vanuit oostelijke als westelijke richting.

De bufferparkeerlocaties zijn enkel toegankelijk voor vrachtauto’s die geen toegang krijgen tot de ferryterminals in de haven van Rotterdam omdat hun lading niet vooraf digitaal aangemeld is via het Portbase-systeem.

Op deze tijdelijke locaties kunnen vrachtwagenchauffeurs in overleg met hun opdrachtgever of transportplanner de noodzakelijke formaliteiten alsnog in orde maken. Havenbedrijf, gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat adviseren exporteurs, transporteurs en verladers om hun lading bestemd voor het VK vooraf digitaal aan te melden via Portbase.

Auteur: Bart Pals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.