Havenbedrijf Rotterdam: ‘We ontkomen niet aan de opslag van CO2’

Als grootste havenindustrie van Europa stoot Rotterdam logischerwijs ook veel CO2 uit. Havenbedrijf Rotterdam heeft energietransitie daarom hoog op de agenda staan. Energietransitie is echter ook een heel breed begrip. Welke initiatieven neemt en ondersteunt Port of Rotterdam op dit vlak? En wat heeft het al opgeleverd? Specialist Sjaak Poppe legt het uit.

‘Hoe moeten we verder als we over dertig jaar nog steeds een haven willen hebben met industrie? Een ding staat vast: het moet een stuk groener’, start Poppe zijn verhaal. De woordvoerder die duidelijk iedere dag over dit onderwerp praat, meldt dat er al forse stappen gezet zijn. Poppe: ‘Zonder radicale maatregelen te nemen is bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van de raffinaderijen sinds 2005 al met 20 procent gedaald door verbetering van processen. Ons doel is om in 2050 te komen tot een vrijwel CO2-neutrale haven. Onderzoek heeft laten zien dat tot 98 procent CO2-reductie ten opzichte van 1990 te bereiken is.’ Die laatste 2 procent zullen erg lastig zijn, legt Poppe uit. ‘Het heeft te maken met allerlei technieken om die CO2-reductie te bereiken.’

Stap 1: nu

Havenbedrijf Rotterdam deelt de energietransitie op in drie stappen. De eerste stap gaat over wat er nu al kan veranderen of veranderd is om de CO2-uitstoot te verminderen. Focus ligt daarbij op het verhogen van de efficiency van de bestaande industrie en op het aanleggen van infrastructuur voor warmte, CO2, stoom, (groene) elektriciteit en waterstof. Een ander punt waar veel winst te behalen valt is de transportsector. Met name de zeevaart kan een stuk schoner. Poppe: ‘In de zeevaart wordt net zoveel CO2 uitgestoten als in heel Duitsland.’

Digitalisering is ook een belangrijk onderdeel in de vermindering van de uitstoot, zegt Poppe. Het Havenbedrijf ontwikkelde de tool Pronto. Een app voor rederijen, agenten, terminals en andere dienstverleners waarmee zij alle activiteiten tijdens een port call optimaal kunnen plannen, uitvoeren en monitoren op basis van gestandaardiseerde data-uitwisseling. ‘Door gebruik te maken van deze app wordt de wachttijd verlaagd met gemiddeld 20 procent. Dat scheelt brandstof en dus 20 procent aan CO2 uitstoot’, zegt Poppe.

Stap 2: 2020-2030

In de periode tussen 2020 en 2030 kunnen grote stappen gezet worden, benadrukt Poppe. Met name in de elektrificatie van de industrie en de ontwikkeling van waterstof. ‘Op dit vlak liggen echt kansen. Waterstof is een alternatief voor aardgas. Als Havenbedrijf stimuleren we initiatieven op dit vlak en we doen dan ook mee aan verschillende projecten. Een daarvan is H-Vision. Een traject waarin het draait om de productie van ‘blauwe’ waterstof. Een mooi voorstadium voor dat waar we naartoe moeten: groene waterstof’, zegt Poppe. Binnen het H-vision project werken zestien partijen uit overwegend het havenindustriegebied Rotterdam samen aan een haalbaarheidsstudie naar de productie en toepassing  van blauwe waterstof in de Rotterdamse haven. Met blauwe waterstof kan de industrie volgens de initiatiefnemers al op korte termijn bijdragen aan een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot.

In de periode tussen 2020 en 2030 staat ook de aanleg van het grootste drijvende zonnepark van Nederland op het wensenlijstje van Havenbedrijf Rotterdam. Deze wil het samen met Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat gaan realiseren. Het zonnepark zal op de Slufter geplaatst worden. Naar verwachting is het mogelijk om circa 100 ha wateroppervlakte beschikbaar te stellen voor het aanleggen van een drijvend zonnepark, wat in potentie een vermogen van circa 100 MWp kan leveren; goed voor het jaarlijkse stroomverbruik van circa 33.000 huishoudens. ‘Zon op de Slufter’ zou daarmee verreweg het grootste drijvende zonnepark van Nederland worden. De verwachting is dat tussen 2022 en 2023 gestart zal worden met de aanleg van het park.

Stap 3: 2030 – 2050

‘In de laatste fase maken we brandstoffen en producten circulair. Olie wordt als grondstof vervangen door afval, biomassa, waterstof en CO2. Daarvoor moeten we nu al allerlei nieuwe productietechnieken ontwikkelen om die na 2030 grootschalig toe te kunnen passen’, zegt Poppe. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van een waste-to-chemicals fabriek in de Botlek. Het Canadese Enerkem, Nouryon, Air Liquide, Shell en het Havenbedrijf willen hier een fabriek neerzetten die chemicaliën en biobrandstoffen maakt van niet-recyclebaar afval. De geplande fabriek kan jaarlijks 360.000 ton afval omzetten in 220.000 ton methanol. Dat is zowel een bouwsteen voor de productie van een breed scala aan alledaagse producten, als een hernieuwbare brandstof. Die hoeveelheid komt overeen met de totale jaarlijkse hoeveelheid afval van meer dan 700.000 huishoudens. Het consortium verwacht in de loop van 2019 de definitieve investeringsbeslissing (FID) te nemen.

De binnenvaart zal ondertussen steeds verder overgaan op elektrisch varen verwacht de woordvoerder. Verder denkt Poppe dat CO2-opslag de komende jaren gaat plaatsvinden. ‘CO2-opslag is een van de meest voor de hand liggende manieren om uitstoot fors te reduceren. We hebben voldoende lege gasvelden onder de Noordzee waar we de CO2 in kunnen opslaan. In Noorwegen en de VS gebeurt het al. Daar is het geen enkel probleem. In Nederland stuit het echter nog op weerstand. Zonde, want ik verwacht dat je er uiteindelijk echt niet meer omheen kunt als je opwarming van de aarde onder de 2 graden wilt houden.’

Lees het complete verhaal in de laatste uitgave van Mainport Magazine. Nog geen abonnement? Vraag er hier een aan. 

Auteur: Kim van Dijk

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.