bart Kuipers

Column: European Fresh Port

‘Dat heb je zeker weer achter dat mooie bureau van je bedacht, daar op die Erasmus Universiteit: jij weet niets van de praktijk!’, snauwde een bekende vakbondsleider uit de haven mij enkele jaren geleden toe, na een in mijn ogen best goede opmerking. En hij had gelijk: bij veel ontwikkelingen in de haven heb ik een andere voorstelling dan de uiteindelijke uitkomst.

Door Bart Kuipers

Neem de recente ontwikkelingen in de containeroverslaginfrastructuur in de Rotterdamse haven. Nadat ECT in 2015 haar City-terminal in de Eemhaven sloot dacht ik dat dit gebied vol zou worden gebouwd met fruitloodsen afkomstig uit het Vierhavengebied aan de noordzijde van de haven (‘Fruit naar Zuid’). Gebeurde niet. Er werd een grote, high-tech warehouse neergezet door de firma Kloosterboer, getooid met de naam ‘Cool Port’. Ik dacht dat Cool Port ook een initiatief was gericht op de ontwikkeling van het Rail Service Center Rotterdam (RSC) als multimodale draaischijf voor versproducten naar Europa—een stroom goederen die de laatste jaren sterk groeit; denk aan de export van avocado’s met Nederland als tweede exporteur in de wereld. Maar deze multimodale draaischijf voor versproducten is er niet. Nota bene: er is in Bleiswijk sprake van een initiatief om een spoorterminal voor versproducten te ontwikkelen: een locatie midden in een overbevolkt spoornet, ver verwijderd van de Betuweroute die nu juist met veel overheidsgeld is aangelegd om via spoor het Duitse achterland te bereiken.

Vershub

Momenteel zijn nieuwe ontwikkelingen gaande in de containerterminaloverslag in de Rotterdamse haven. Ten eerste de geplande overname van de APM Terminals Rotterdam op het Delta schiereiland en ten tweede de sluiting van de Uniport-terminal in de Waalhaven vanwege de komst van steeds grotere containerschepen. Ook deze laatste ontwikkeling doet achter mijn bureau nieuwe vergezichten ontstaan over de potentie van een vershub in de Rotterdamse haven. Oude, visionaire plannen rond een ‘Pakhuis Waalhaven’, waar terminals en distributiecentra worden gecombineerd komen boven. De komst van Innocent—ik versprak me al twee keer; geen Ineos maar Innocent, een producent van dagelijks door mij gedronken vruchtensap die zich op de Kop van de Beer vestigt—is ook zo’n verrassing. Dit is een investering in Rotterdam als vershaven—Rotterdam Food Hub—halverwege RSC en het dynamische Westland, dat zich steeds meer tot een logistieke en handelshub voor versproducten ontwikkelt.

Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat de terminalinfrastructuur in de Rotterdamse haven niet af is. Er mist een hoogwaardige infrastructuur voor intermodaal spoorvervoer van versproducten naar het Europese achterland. Een spoorverbinding die het wegvervoer niet alleen verslaat in duurzaamheid maar ook in kosten, betrouwbaarheid en doorlooptijd op de lange afstand. Dat dit mogelijk is blijkt uit het recente CoolRail-initiatief waarbij fruit per spoor vanuit Spanje via Frankrijk in Rotterdam aankomt. Ook naar het Duitse achterland moet mainport Rotterdam als vershaven zich versterken ten opzichte van concurrerende vershavens door de ontwikkeling van een superieur spoorproduct voor verslading.

Onderwerpen: ,

Auteur: Kim van Dijk

Kim van Dijk is hoofdredacteur van Mainport Magazine en schrijft ook regelmatig voor Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.