Rotterdam voert grote test uit met walstroom

Gemeente Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam zijn gestart met een proef om kleine zeeschepen aan de Parkkade te voorzien van elektriciteit. De proef duurt vijf maanden en is in omvang en opzet wereldwijd uniek.

Bijzonder aan de proef aan de Parkkade is dat niet gewerkt wordt met een vaste stroomaansluiting, maar met mobiele concepten. Die zijn daardoor in te zetten waar behoefte is aan walstroom. Er wordt naar verschillende energiebronnen gekeken, zoals waterstof, een batterij, (bio)LNG en hybride oplossingen. Bij die laatste worden verschillende bronnen gecombineerd. Voor de genoemde brandstoffen is ter plaatse een generator nodig om deze om te zetten in stroom.

Technische haalbaarheid

Er wordt in de proef vooral gekeken naar technische en commerciële haalbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en de impact op de omgeving. Tijdens de proeven worden metingen gedaan om geluid en emissies van de systemen te bepalen ten opzichte van hetzelfde schip dat met eigen generatoren stroom opwekt.

Aan de Parkkade komen veel kustvaarders van rederijen als Wilson, Vertom en Wijnne&Barends. In principe kan elk zeeschip dat daar aanlegt gebruik maken van de mobiele walstroom, maar lang niet alle zeeschepen zijn hiervoor uitgerust met een stekker-aansluiting.

Stedelijke gebieden

Met de proef is circa 500.000 euro gemoeid. Het geld komt grotendeels van het Rijk vanuit de Nationale Samenwerkingsovereenkomst Luchtkwaliteit. Doel hiervan is om de luchtkwaliteit in met name stedelijke gebieden te verbeteren.

Na de proef met de mobiele walstroom aan de Parkkade wordt in 2020 een tweede proef gestart. Deze is gericht op innovatieve walstroom concepten voor grotere zeeschepen. Hiervoor is 1.500.000 euro beschikbaar.

Fors stroomverbruik

Berekeningen van DNV GL en het Havenbedrijf geven aan dat de totale energiebehoefte van zeeschepen in de haven circa 750-850 GWh bedraagt. Dat is net zoveel als ongeveer 200.000 huishoudens. Walstroom is relatief het makkelijkst aan te leggen en rendabel te maken voor de binnenvaart en veerboten. De eerste verbruiken betrekkelijk weinig energie, de tweede varen op vaste routes zodat, afgezien van de schepen zelf, in slechts enkele havens voorzieningen nodig zijn.

Walstroom voor de zeevaart is complexer gezien het forsere stroomverbruik en het feit dat schepen veel verschillende havens aanlopen. Dat vereist samenwerking tussen havens, terminals en rederijen. Belangrijk is ook dat grote zeeschepen veel meer elektriciteit verbruiken. Cruiseschepen hebben met hun duizenden passagiers en bemanningsleden bijvoorbeeld het stroomverbruik van een kleine stad.

Auteur: Kim van Dijk

Kim van Dijk is hoofdredacteur van Mainport Magazine en schrijft ook regelmatig voor Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.