Rechtbank Rotterdam

Maritiem Rotterdam klaar voor internationale opmars

Rotterdam heeft binnen de Nederlandse rechtspraak een unieke positie. De rechtbank in de Maasstad is sinds 2017 exclusief bevoegd voor het behandelen van scheepvaartzaken. Toch zorgt een clausule in contracten ervoor dat de meeste zittingen nog altijd plaatsvinden in de hoofdstad van de maritieme rechtspraak: Londen. ‘Zonde, want procederen in Rotterdam scheelt veel tijd en geld.’

Het aantal maritieme zaken dat in de rechtbank van Rotterdam wordt behandeld groeit. In 2018 werd in 27 bodemzaken een vonnis gewezen, in 2019 waren dat er 38. Daarnaast worden er jaarlijks nog eens tientallen kortgedingen en beslagleggingen op schepen behandeld. Toch stelt het aantal nog niets voor in vergelijking met Londen. ‘Daar lopen zo’n 3000 tot 3500 arbitrages per jaar naast de vele zaken die bij de rechtbank in Londen dienen. In veel contracten staat namelijk een standaard clausule dat rechtspraak dient plaats te vinden in Londen en vaak via arbitrage. Dat kan betekenen dat twee Nederlandse partijen naar Londen moeten terwijl ze het heel prima in Rotterdam af zouden kunnen. Er is een vrije keuze, maar daar moet je bij het opstellen van een contract wel bij stilstaan. In de roes van het sluiten van een deal, wordt vaak niet gelet op deze kleine lettertjes’, legt Marcel Verhagen, sinds 2016 partner bij DOCK Legal Experts uit.

Verhagen, die eerder samen met Ton Jumelet het kantoor Jumelet Verhagen oprichtte, is al sinds 1992 actief als ‘natte advocaat’ in het Rotterdamse havengebied. Naast zijn werk als advocaat is Verhagen voorzitter van UNUM, voorheen TAMARA. Een stichting die arbitrage en mediation stimuleert en faciliteert. Vanuit deze organisatie wordt er flink gelobbyd om meer zaken naar Rotterdam te halen. ‘Wij willen als advocaten kunnen concurreren met Londen. De vraag is wel: wat wil de klant? De klant wil snelheid, effectiviteit en lage kosten. Onder TAMARA zijn we daarom al begonnen met e-arbitrage. We hebben een platform gebouwd waar partijen en arbiters online hun dossiers in kunnen zetten. Alle documenten worden geüpload en hard copy’s zijn niet meer nodig. Toen we hier in 2006 mee startten was het behoorlijk revolutionair. Sommige arbiters zeiden dan wel: leuk, dit digitale, maar ik wil het ook in hard copy’, zegt Verhagen.

Digital courtroom

De elektronische manier van arbitreren werkt volgens Verhagen erg goed. ‘We waren destijds een koploper en we zijn nog steeds een voorloper. De elektronische manier van procederen wordt volgens Verhagen steeds breder internationaal opgepakt, maar UNUM is het enige arbitrage instituut dat het zogenaamde ‘opt-out’ systeem hanteert: als partijen niet door middel van e-arbitrage willen arbiteren, moeten ze dat expliciet uitsluiten. Bij de andere instituten is e-arbitrage een optie. Naast de e-arbitrage blijft UNUM zoeken naar innovatieve mogelijkheden om het proces zo effectief mogelijk te kunnen voeren. ‘We werken nu ook aan de ontwikkeling van een ‘digital courtroom’, voegt Verhagen toe, zodat tussentijdse zittingen via de digital courtroom kunnen plaatsvinden zonder dat de partijen fysiek hoeven te verschijnen. Wat het voor internationale partijen verder ook interessant maakt, is dat je in het Engels kunt procederen.’

Naast de mogelijkheid om volledig elektronisch te procederen biedt Nederland nog meer voordelen ten opzichte van Londen, Singapore en New York, zegt Verhagen. ‘Wij kennen bijvoorbeeld geen disclosure. In de landen waar die regel wel geldt, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, zijn advocaten verplicht om alle documenten in te leveren als de rechtbank of arbiters bepalen dat het moet. Je mag geen documenten achterlaten, alles moet naar de arbiters of de rechtbank. Daardoor wordt de zaak langslepend en er volgt een gigantische rekening terwijl veel van de documenten niet relevant zijn voor de beoordeling door de rechter. Natuurlijk is een Nederlandse advocaat ook verplicht om de rechter volledig voor te lichten, en dient hij alle relevante stukken bij te sluiten maar er is geen verplichting om alle stukken over te leggen. ’

Ander voordeel: in Nederland zijn advocaten ook altijd juristen. In het Verenigd Koninkrijk hoeft dat niet het geval te zijn. Daar heb je te maken met een sollicitor en een barrister. Dat betekent dat je meestal twee mensen nodig hebt voor een zaak. Daarmee loopt het uurtarief flink op, zo legt Verhagen uit. ‘In Nederland is de procedure verder meestal gebaseerd op documenten, het overgrote deel gebeurt op papier. In Engeland moeten nagenoeg altijd alle getuigen gehoord worden. Procederen via het Engelse recht kost je echt een fortuin.’

Schikkingsland

Zelf komt Verhagen niet vaak meer in de rechtbank. ‘We proberen zaken in een vroeg stadium te schikken. Als het niet tot een schikking komt dan rest natuurlijk de gang naar de rechtbank of arbitrage, maar voor de partijen is een schikking vaak het beste.’ Voor veel zaken is een gang naar de rechtbank echter noodzakelijk, zoals bijvoorbeeld een scheepsbeslag of een beperkingsverzoek. Dit soort zaken is koren op de molen van de rechtbank Rotterdam. Hoewel zaken in Nederland relatief snel en efficiënt worden afgehandeld, valt hier nog wel een verbeteringsslag in te maken, zegt de advocaat. ‘Van dagvaarding tot zitting, daar kan soms wel een half jaar overheen gaan. Dat is soms te lang. Dat kan veel vlotter, zeker nu alles digitaal kan.’

Regeltjes

De advocaat ziet momenteel met name een stijging in het aantal zaken die gaan over overtredingen die kapiteins gemaakt hebben. ‘Kapiteins moeten aan steeds meer regels voldoen. Dat is goed, maar het gaat soms wel erg ver. Dan heeft een kapitein per ongeluk een verkeerd vinkje gezet en wordt daarop vervolgd. Natuurlijk zijn er rotte appels. Maar moet het zo streng? Als er geen bloed uitstroomt kunnen we dan niet gewoon stellen dat ergens per abuis een verkeerd vinkje gezet is? Zonder dat we een heel proces tegen een kapitein beginnen?’, zo luidt de mening van de advocaat.

Hoewel veel zaken worden geschikt en er steeds minder wordt afgehandeld in de rechtbank, is Verhagen wel tevreden over de Maritieme kamer in Rotterdam. ‘De rechtbank heeft oog voor het belang van de scheepvaart en probeert de partijen zo veel mogelijk te faciliteren. Alle zaken kunnen in het Engels worden gevoerd en de vonnissen worden desgewenst ook in het Engels gegeven. Ik hoop echter wel dat de rechtbank zijn expertise op maritiem vlak weet vast te houden en ook dat er voldoende wordt gesproken met de praktijk. Zodat ook die rechters weten hoe het er nu echt aan toegaat op zo’n schip.’

De zeven standaarden van de Maritieme kamer​

De exclusieve bevoegdheid van Rotterdam als Maritieme kamer is in 2017 ontstaan omdat er vanuit de praktijk vraag was naar maritieme deskundigen in de rechtbank. De Maritieme kamer staat voor rechtspraak in civiele zaken op het terrein van zee-, binnenvaart-, vervoersrecht en maritiem arbeidsrecht die snel en toegankelijk is en waarvan de deskundigheid boven iedere twijfel is verheven. Als aanvulling op de landelijke professionele standaarden, heeft de Maritieme kamer nog zeven extra standaarden geformuleerd.

1.    De rechter beschikt over de kennis van de maritieme praktijk; partijen mogen erop rekenen dat de rechter zich in de maritieme praktijk heeft verdiept.

2.    Indien de aard van de zaak dat vergt, zal de zitting op korte termijn plaatsvinden.

3.    Een derde van de maritieme bodemzaken wordt meervoudig behandeld; bij een exclusieve bevoegdheid past dat zaken vaker meervoudig behandeld worden dan in reguliere bodemzaken, waar dat percentage op 10 procent ligt.

4.    De rechter bespreekt ter zitting met partijen het verwachte verloop van de procedure.

5.    De rechter sluit in beslissingen zichtbaar aan bij verdragen, wetgeving en rechtspraak.

6.    Alle beslissingen in maritieme en vervoersrechtelijke zaken worden gepubliceerd.

7.    Van een deel van de beslissingen wordt een samenvatting in het Engels gepubliceerd.

Om deskundig te blijven moet de Maritieme kamer bovendien beschikken over voldoende deskundige mensen om zo te kunnen reageren op persoonlijke of zaaksgebonden ontwikkelingen. Dit is ook een vereiste om interne tegenspraak te kunnen realiseren. In de afspraken die in 2016 zijn gemaakt staat daarom dat de Maritieme kamer bestaat uit ten minste vier handelsrechters en vier juridische medewerkers die beschikken over de vereiste deskundigheid. Er wordt van de rechters verwacht dat zij zich voor een langere termijn  (zeker 6 jaar) commiteren aan de Maritieme kamer. Verder moeten de rechters in de eerste twee jaar een specialisatie-opleiding volgen en de rechters worden geacht om deel te nemen aan internationale congressen. Naast de handelsrechters bestaat de Maritieme kamer nog uit een civiele rechter, twee kortgeding- en twee kantonrechters en juridische medewerkers om deze rechters te ondersteunen.

RMSC-voorzitter Connie Roozen over de Maritieme kamer:

Met de clustering van de maritieme rechtspraak in Rotterdam heeft de Maasstad een uitstekende uitgangspositie, zegt Connie Roozen, voorzitter van Rotterdam Maritime Services Community (RMSC). Roozen benadrukt dat procederen in Rotterdam veel voordelen biedt ten opzichte van andere landen. ‘Procederen gaat hier snel, efficiënt, de kwaliteit is hoog, de kosten zijn veel lager en het kan ook nog eens volledig Engelstalig. Bovendien kunnen bedrijven hier ook kiezen voor arbitrage. Dat biedt een mooi alternatief.’ Een ander verschil met andere landen is de toegankelijkheid van de rechters zelf, zegt de voorzitter. ‘De maritieme court is heel toegankelijk, heel benaderbaar. Je kunt hier veel met de rechters bespreken. Daar is Nederland echt uniek in.’

Om ook daadwerkelijk meer zaken naar de Maritieme kamer in Nederland te halen, zet RMSC zich in om de maritieme rechtspraak in Rotterdam meer op de kaart te zetten. ‘Bij elke internationale gelegenheid die zich voordoet, promoten wij Rotterdam als Maritieme kamer. Onze unieke positie in de rechtspraak heeft echt meer bekendheid nodig.’ Hoe succesvol Rotterdam in de toekomst wordt als de plek voor maritieme rechtspraak, valt of staat uiteindelijk met die bekendheid, benadrukt Roozen.  ‘En we hebben er hulp bij nodig om Rotterdam op dit vlak op de kaart te zetten. Niet alleen vanuit advocaten, maar ook van bijvoorbeeld P&I Clubs en verzekeraars. En wat te denken van Nederlandse reders? Zij zouden veel meer achter onze rechtspraak moeten staan. Uiteindelijk hoop je ook dat een reder met een positieve ervaring in Rotterdam, dat verder gaat uitdragen.’

Rotterdam Maritime Capital of Europe

Rotterdam is de thuishaven van het meest complete en competitieve maritieme netwerk ter wereld. In een straal van 30 kilometer is alles aanwezig en dichtbij: industrie, verladers, rederijen, makers, financiers, verzekeraars, transport, grondstoffenhandelaren, scheepsbouwers maar ook hightech start-ups, gespecialiseerde opleidingen en innovatieve onderzoekscentra. Alles dichtbij maakt samenwerken makkelijk. Want afspraken gaan snel, snelheid en kwaliteit zorgen voor concurrentievoordeel. Met scherpe prijzen die jouw business competitief maken.

Zakendoen in de maritieme hoofdstad van Europa betekent ook dat je in de voorhoede zit van de nieuwe economie met als thema’s digitalisering, energietransitie en circulariteit. Stad en regio staan internationaal hoog aangeschreven omdat we durven pionieren, voortdurend innoveren en op alle niveaus talent ontwikkelen.

Maritieme Rechtspraak is een van de focusgebieden waar de regio in excelleert en investeert. De Rotterdam Maritime Services Community, branchevereniging voor de maritiem zakelijke dienstverlening, maakt zich hard voor het nationaal en internationaal promoten van de maritieme rechtspraak in Rotterdam. Zo brengen de partijen in april gezamenlijk een bezoek aan Londen.

Auteur: Kim van Dijk