‘Rotterdamse haven moet beter voorbereid zijn op risico olielekkage’

De aanvaring van de olietanker Bow Jubail met een steiger, in 2018, was het directe gevolg van een verkeerde inschatting van de roerstand na een onjuist commando door de kapitein. Dit heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid vastgesteld in het rapport ‘Olielekkage in haven Rotterdam’. De enkelwandige brandstoftank werd daarbij doorboord, waardoor ruim 200 ton ruwe stookolie in het water terecht kwam. De uitstroom bleek lastig te bestrijden en leidde tot serieuze milieuschade.

Enkele minuten na de aanvaring kwam de crisisbeheersing op gang. Het Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond hebben met veel inzet gewerkt aan de beheersing van de gevolgen van de olielekkage. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat zij onvoldoende waren voorbereid op een calamiteit van deze omvang. Havenbedrijf Rotterdam gaat nu aan de slag met de conclusies en aanbevelingen van de Onderzoeksraad en blijft werken aan verbeteringen. Om te voorkomen dat deze tanks lek kunnen slaan, zijn aanvullende maatregelen nodig.

Ingrijpende gevolgen

De Rotterdamse haven telt veel vaarbewegingen, waaronder van zeeschepen met enkelwandige brandstoftanks gevuld met ruwe stookolie. Door het beter benutten van de haveninfrastructuur voor dergelijke schepen en zorgvuldige begeleiding door sleepboten moet de haven zich maximaal inzetten om grootschalige lekkages in de toekomst te voorkomen. Dit stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

De aanvaring maakt duidelijk dat een grootschalige lekkage ingrijpende gevolgen heeft. Ondanks dat de oliebestrijdingsoperatie snel op gang kwam, mondde de lekkage in korte tijd uit in serieuze milieuschade. Een ‘shutdown’ van bedrijven in de haven werd voorbereid, wat aanzienlijke economische en milieutechnische gevolgen zou hebben gehad. Dit kon uiteindelijk worden voorkomen.

Diepere waterlagen

Er werd gehandeld conform bekende scenario’s, onder andere door de olie in te dammen met drijvende schermen. Daarbij werd geen rekening gehouden met het scenario van olie die zich vermengt met het havenwater en zo in diepere waterlagen terecht komt. De dichtheid en specifieke samenstelling van de olie die uit de Bow Jubail stroomde, gecombineerd met de snelheid van de uitstroom, maakte dat het zich onder het wateroppervlak verder kon verspreiden. Essentiële informatie ontbrak bovendien, waardoor de oliebestrijders onvoldoende zicht hadden op het tempo waarmee de olie zich verspreidde. De olie raakte letterlijk uit het zicht.

Op het moment dat ver op de Oude Maas olie werd gesignaleerd, werd de focus verlegd van oliebestrijding naar olieruiming. Hoewel ook deze operatie snel op gang kwam, bleek het beschikbare materieel onvoldoende voor een lekkage van deze omvang. Het inzetten van extra opruimcapaciteit via Rijkswaterstaat kostte veel tijd.

Voorkomen lekkages

De Onderzoeksraad beveelt de Rotterdamse haven aan om met aanvullende maatregelen maximaal in te zetten op het voorkomen van grootschalige lekkages. Wanneer vooraf bekend is dat zeeschepen met enkelwandige brandstoftanks de haven aandoen, kan rekening worden gehouden met de aanlegplaats, ondersteuning door specifieke sleepboten en de waterstand.

Ook kan de haven het voortouw nemen in het opstellen van veiligheidseisen die aan zeeschepen met enkelwandige brandstoftanks worden gesteld. Ten slotte beveelt de Onderzoeksraad de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan om het eerder uitfaseren van deze schepen internationaal op de agenda te zetten.

Auteur: Nathalie van Herk

Nathalie van Herk is hoofdredacteur van Mainport.